
De tijd vliegt voorbij. Om het met ommoe Kortenhoeven te zeggen: Je
piest ers en je striekt je heer ders glad en t is alweer eetestied. Twintig jaar lang verzorgde Gré Dros een taalrubriek voor het tijdschrift
van de Texelse Historische Vereniging. Ze schreef over eigenaardigheden van
het dialect, over de klank ervan, maar ook over ouwe liedjes, de taal uit
haar kinderjaren, over sèègies, soute bóóne en
boeskippe. In de latere periode lag het zwaartepunt meer op herinneringen,
anekdotes en kleine verhalen. Over legendarisch sterke jutters, vliegende
eb, kattenvreters en meer van dat moois.
Het werd een populaire rubriek met veel humor en eilandse mentaliteit. Een
bonte verzameling Tessels, waaruit met een luchtige greep deze bundel is samengesteld.