Het Open Boek Texel

< Terug







Kikkertje lief
Brieven van Aagje Luijtsen, tussen 1776 en 1780 geschreven aan haar man Harmanus Kikkert, stuurman in dienst van de VOC
Perry Moree, m.m.v. Vibeke Roeper, Ingrid Dillo en Theo Timmer
Geb., 206 pag., 24,5 x 16,5 cm, met illustraties in kleur en zwart-wit en brieffragmenten in duotoon, Het Open Boek 2003
Uitverkocht

In het nationale archief van Groot-Brittannië stuitte historicus Perry Moree op een kostbare schat: een volledige reeks brieven van een Texelse zeemansvrouw aan haar man die als stuurman voor de VOC voer.
In 1781 werd een vloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie bij Kaap de Goede Hoop het slachtoffer van een Engelse aanval.
Stuurman Harmanus Kikkert behield het leven, maar zijn persoonlijke bezittingen, waaronder de brieven die zijn vrouw hem tijdens zijn reizen had geschreven, werden oorlogsbuit.
De vondst van de brieven is uniek. Een pakket van negentien lange brieven van één zeemansvrouw werd nooit eerder aangetroffen. De vondst is bovendien uitzonderlijk omdat de brieven een heel nieuw verhaal vertellen. Niet dat van de mannen op hun verre reizen over de wereldzeeën, maar het verhaal van de achterblijvende vrienden en familieleden.
Over Aagjes schouder lezen we mee: haar eenzame nachten, de omgang met haar schoonfamilie, haar dagelijkse zorgen en haar verlangen naar haar ‘Kikkertje lief’. De correspondentie breekt af op een aangrijpend moment, als Aagje haar man Harmanus moet informeren over de dood van hun zoontje. Aagjes brieven zijn levendig en teder, vol dagelijkse details maar ook vol menselijk drama. Ze geven een prachtig beeld van het dagelijks leven ruim tweehonderd jaar geleden.
In het boek zijn Aagjes brieven onverkort gepubliceerd en nu voor iedereen toegankelijk. Historicus Perry Moree voorzag ze van een inleiding, waarin o.a. ook een overzicht is opgenomen van de reizen die Harmanus en zijn broers voor de VOC maakten. Vibeke Roeper en Theo Timmer zorgden voor uitleg en toelichtingen die de brieven voor elke lezer begrijpelijk maken.

‘Als ik en Aavie en Betije en Leijs dan eens bij malkander zijn, dan zeg ik wel:
‘Ik wou dat Harmen van de nagt eens bij mij was.’ Dan laggen ze om mij en seggen:
‘Wou je nog meer hebben? Me dunkt dat je al genog hebt aan uw dikke leijf.’



Brief naar Duijns, 12 december 1779
Brief van R. Doeksteen aan Harmen Kikkert
Brief van Marritje Luijtsen aan Aagje en Harmanus
Plattegrond van Den Burg in 1828
Artilel uit The Windmill Herald, U.S., May 2006
Recensie in Die Burger, Kaapstad
Recensie Trouw (9 dec 2003) gepubliceerd op de site Genealogie Seniorweb http://www.seniorweb.nl/gen/Zeemansvrouw.htm

Fading memories - Engelse tekst





Aan mijn heer Hermaanes Kikkert,
stuurman op het schip de Ganges,
met een klijn potje met conserf

Waarde lief,
Ik stuuer uw e(dele) een klijn pottije met conserf. Ik konde niet meer kreijge. Soude anders het graag willen geven. Ik heb het van Piet uijt de Swaan, maar sij is niet soet mijn lief. Gij moetter dan maar wat suijker in dooen, zoo als uw mijn lief belieft. Ik denk dat je mijn lief wel suijker kent kreijgen, anders zal ik het uw mijn lief wel stuuren, mijn lieve hart.
Ik stel mijn hart nu gerust, wilt het uwe ook gerust stellen, want wij weeten dat wij niet bij malkaar op de stooel kan blijven sitten. Ik heb een slep. Ons Corneles het bij mijn slaapen. Maar ik hoop dat gij eens op komt (en) dat wij dan nog eens lekker slaapen sellen, lieve slep. Weij wouden allegaar graag dat gij noeg eens opkwam en anders kom ik nog eens bij uw lieef en dat wij dan wat gerust van malkar sullen gaan. Dat sijt je moeder ook, want wij zijn nog jong lieve schat, wees nu tog gerust wij hebben malkar tog lief en wij moeten maar geduldig wesen.
De groetenis van allegaar en van mij uw lieve vrouw Age Luijsen. Sul je dan nu gerust zijn lieve hartje. Jij moet maar eens op drinken, hoor lief.

Een van de brieven van de Texelse Aagje Luijtsen aan haar man Harmanus Kikkert in dienst van de VOC, najaar 1776.





‘Gezight van Het Eyland Texel, te zien uit het Z.Z.Westen, 1777’.
Van rechts naar links is met cijfers op de kustlijn aangegeven:
1 Oude Schill, 2 Schans, 3 Eenden kooy, 4 de Burgh, 5 Water moolen, 6 meel moolen,
7 den Hoorn, 8 Westertooren, 9 ... Duijnen (Loodsmansduin), 10 Land ... (Kaap).





In haar vierde brief, van 20 september 1777, schreef Aagje dat ze voortdurend aan Harmanus dacht. Het was soms net, schreef ze ‘of ik uw sien loopen op het dek, met uw lieve hand in uw borst, en of ik uw dan weer hoor singen sulke mooije versies, zoals gij wel tuijs deed lieve kostelijke man, om uw wat op te beuuren.’ Vervolgens citeerde ze enkele regels uit het liedje dat Harmanus weleens zong. Het liedje kon niet worden getraceerd in de gegevensbestanden van het Nederlands Muziekinstituut in Den Haag en het Meertens Instituut in Amsterdam. De tekst werd in november 2003 door Dyo Wassink op muziek gezet t.b.v. de feestelijke presentatie van Kikkertje lief in De Vergulde Kikkert in Den Burg.





De overrompeling van een VOC-vloot in de Saldanhabaai in 1781. Uitsnede van een schilderij van de Engelsman Thomas Luny (1759-1837), Museum Africa, Johannesburg.

Het schilderij toont de Saldanhabaai in de ochtend van 21 juli 1781. In het midden vooraan het Engelse vlaggenschip Romney met aan de reling admiraal George Johnstone. Op de Middelburg heeft het vuur de kruitkamer bereikt, en zien we de explosie. Met kleine sloepen hebben de Engelsen nog juist kans gezien het brandende schip bij de andere schepen weg te trekken. Rechts van de Middelburg ligt de Hoogkarspel, links van de Romney de Dankbaarheid. Dicht achter de Middelburg ligt een VOC-schip op het strand en verderop in de baai, rechts achter de rotsen, zijn de masten zichtbaar van nog een andere koopvaarder. Een van deze twee moet de Honkoop zijn, de andere de Parel waarop Harmanus Kikkert zijn scheepskist met Aagjes brieven achterliet.
Op de VOC-schepen, de Middelburg uitgezonderd, wappert al de Union Jack boven de Nederlandse driekleur. De Engelse oorlogsschepen voeren de ‘red ensign’, de koopvaardijvlag.